(050) 700 1950
Stuur een bericht

Minimum tarief ZZP'ers in cao niet toegestaan

Minimumtarieven zelfstandigen in cao niet toegestaan

Op grond van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie zijn minimumtarieven voor zelfstandigen niet toegestaan op grond van het mededingingsrecht.

​Onlangs heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak tussen FNV KIEM en de Nederlandse Staat inzake tariefafspraken voor zelfstandigen (remplaçanten) in de Remplaçanten-cao. Op grond van deze afspraak is onomwonden vastgesteld dat minimumtarieven voor zelfstandigen niet zijn toegestaan op grond van het mededingingsrecht.

Verboden kartelafspraken

Dergelijke afspraken zijn volgens het Hof aan te merken als verboden kartelafspraken. Het feit dat deze afspraken worden gemaakt door sociale partners in een cao mag hierbij niet baten, ondanks het feit dat in principe cao’s uitgezonderd worden van het kartelverbod.

Een vakbond die echte zelfstandigen vertegenwoordigt in het cao-overleg, is bij het maken van afspraken die hen betreffen niet aan te merken als een echte werknemersvereniging maar als een ondernemersvereniging, aldus het Hof. Afspraken gemaakt door sociale partners die voorwaarden voor zelfstandigen betreffen zijn daarom niet te beschouwen als cao-afspraken.

Alleen wanneer de afspraken niet zelfstandige ondernemers betreffen maar schijnzelfstandigen, kan er sprake zijn van een cao-afspraak die niet geraakt wordt door het kartelverbod. Afspraken over de arbeidsvoorwaarden van schijnzelfstandigen kunnen volgens het Hof namelijk wel beschouwd worden als afspraken over arbeidsvoorwaarden van werknemers.

De zelfstandige die zelfstandig zijn marktgedrag bepaalt en daarbij niet afhankelijk is van zijn opdrachtgever omdat hij commerciële en financiële risico’s draagt, kan naar Europees recht aangemerkt worden als onderneming. Een vakbond die deze ondernemers vertegenwoordigt is zoals gezegd aan te merken als een ondernemersvereniging en mag geen afspraken maken met een andere ondernemersvereniging zoals een werkgeversvereniging, die de mededinging beperken.

Betreffen de afspraken schijnzelfstandigen, dus werknemers naar Europees recht, dan mag de vakbond als vertegenwoordiger van werknemersbelangen met de werkgever afspraken maken.

Commentaar Stichting ZZP Nederland:

Voor de Nederlandse situatie geldt, dat er maar twee smaken zijn: je bent ondernemer of je bent werknemer. Wie aantoonbaar in een schijnconstructie tot de groep werknemers behoort, valt direct onder de bestaande cao. Specifieke cao-afspraken voor schijnzelfstandigen zijn uit den boze, omdat je daarmee schijnconstructies en verdringing stimuleert. De cao geldt dus uitsluitend voor werknemers.

Toch heeft ook het kabinet dit voorjaar een poging gedaan om de WML (wettelijk minimum loon) van toepassing te verklaren op z.g. OVO-contracten. Dit wetsvoorstel is door de Eerste Kamer verworpen en zal terugkomen in samenhang met de Wet Aanpak Schijnconstructies. Wie OVO-contracten zoals bij PostNL onder de WML wil brengen, erkent daarmee, dat dit geen ondernemers zijn, maar werknemers, die gewoon onder de cao moeten vallen. Daar zou het kabinet deze mensen een grote dienst mee bewijzen. Ondernemers hebben geen wettelijk minimum loon nodig: zij werken voor eigen rekening en risico.

Maarten Post,

Voorzitter Stichting ZZP Nederland 

Deel deze pagina: