(050) 700 1950
Stuur een bericht

Uitslag enquête basisverzekering

Rapportage achterbanraadpleging Stichting ZZP Nederland december 2015.

Onderwerp: Algemene Basisregeling Arbeidsongeschiktheid

Aanleiding:

Het CDA heeft begin december 2015 aan de minister van SZW voorgesteld om te komen tot een algemene basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden, zowel zelfstandige ondernemers als werknemers. Minister Asscher vraagt nu de SER om een advies aan te leveren over dit plan. Stichting ZZP Nederland heeft niet negatief gereageerd, maar heeft wel nadrukkelijk gewezen op het feit, dat zelfstandig ondernemers niet staan te wachten op eventuele verplichte deelname. Daarom heeft de stichting medio december 2015 een achterbanraadpleging georganiseerd, waarin de leden hun mening kunnen geven over de verschillende aspecten van het CDA-plan.

Download

  1.  
    Download (72 kB)

    PDF Bestand

De kenmerken van het CDA-plan in grote lijnen:

  • Algemene Basisregeling Arbeidsongeschiktheid voor werknemers en zelfstandigen.
  • Betaalbare premie door de vorming van een groot collectief met volledige acceptatie, zonder uitsluitingen en een uitkeringsduur van twee jaar.
  • Werkgevers verzekeren op deze wijze de loondoorbetalingsverplichting voor werknemers gedurende de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid. Daarna volgt de bestaande WIA. Bedrijven zullen hierdoor oudere werknemers langer in dienst houden, zodat zij minder vaak als uitzendkracht of “noodgedwongen zzp’er” hun loopbaan hoeven te vervolgen. Dat is ook in het belang van de echte ondernemers, die last hebben van schijnconstructies met lage tarieven.
  • Zelfstandigen hebben een basisverzekering met volledige acceptatie en zonder uitsluitingen. Zij kunnen zich aanvullend verzekeren voor een langere periode.

Rapportage Achterbanraadpleging

De vragenlijst is ingevuld door 4413 ZZP’ers. Dat is meer dan 10 % van het huidige ledenbestand. 1175 respondenten hebben eigen aanvullende opmerkingen gemaakt. Er is dus grote betrokkenheid bij de achterban met betrekking tot dit onderwerp.

 

Verslag van de uitkomst:

  • De minister moet rekening houden met onze mening. De SER kan de bevindingen van deze achterbanraadpleging gebruiken bij het advies aan de minister. Stichting ZZP Nederland moet een eigen advies uitbrengen, waarin de mening van de achterban is verwerkt.
  • Ongeveer een derde van de ondervraagden vindt dat hij/zij voldoende is verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid door middel van een individuele verzekering. Tweederde vindt van niet. Deze groep geeft twee soorten redenen aan voor het niet of onvoldoende verzekerd zijn: de voorwaarden van individuele verzekeringen en het feit, dat men niet afhankelijk is van het inkomen als zzp’er, waardoor er geen noodzaak tot verzekeren wordt ervaren.
  • Van de groep die onvoldoende verzekerd is, geeft 66 % aan, dat men de verzekering te duur vindt. Voor 35 % van deze groep geldt, dat men niet in staat is om een dergelijke verzekeringspremie te betalen uit het inkomen als zzp’er. Bijna 20 % van deze groep verklaart, dat men door geen enkele verzekeraar wordt geaccepteerd en dat men zich daardoor niet kan verzekeren.
  • Voor de groep, voor wie een individuele verzekering niet noodzakelijk of zelfs niet gewenst is, bestaan verschillende redenen, afhankelijk van hun persoonlijke situatie. Zelfstandige ondernemers, die over voldoende vermogen beschikken om het inkomensrisico bij arbeidsongeschiktheid af te dekken, nemen dit risico voor eigen rekening. Datzelfde geldt voor diegenen, wiens partner een inkomen heeft, dat het risico van inkomensderving voor een belangrijk deel kan opvangen. Dan is er ook nog een groep, voor wie de activiteiten als zzp’er meer als bijverdienste fungeren, waarvan men niet financieel afhankelijk is.
  • De ondervraagden staan niet op voorhand negatief tegenover het CDA-plan voor een algemene basisverzekering arbeidsongeschiktheid. De nadelen van individueel verzekeren zijn eerder al benoemd. Van de respondenten zegt 30 % ja tegen een basisregeling met verplichte deelname voor werkenden. Toch wil het grootste deel van de groep als zelfstandig ondernemer zelf de eigen zaken regelen. Ruim 60 % pleit dan ook voor een vorm van vrijwillige deelname of een dispensatiemogelijkheid onder voorwaarden.
  • De belangrijkste voorwaarde, waaraan een basisregeling zou moeten voldoen is de betaalbaarheid (90 %). Daarnaast moet er volledige acceptatie zijn, geen kleine lettertjes, geen uitsluitingen en geen leeftijdsgrens (70 %). Meer dan de helft van de respondenten zou willen deelnemen aan een dergelijke regeling.
  • Voor dispensatie zouden diegenen in aanmerking moeten komen, die over voldoende eigen vermogen beschikken en niet afhankelijk zijn van het inkomen als zzp’er. Ook degenen, die zelf individueel een gelijkwaardige regeling hebben getroffen, zouden moeten worden gedispenseerd. Daarbij wordt in de aanvullende opmerkingen veelal deelname aan een Broodfonds benoemd als gelijkwaardig alternatief
  • Over de vormgeving van een arbeidsongeschiktheidsregeling wordt gezegd, dat een grote collectiviteit voor alle werkenden meer de voorkeur heeft dan individueel verzekeren. De flexibiliteit van een basisregeling met acceptatie en de mogelijkheid tot aanvullende verzekering voor een langere periode is passend voor de situatie van zelfstandige ondernemers. Voor een belangrijk deel van de groep moet er de mogelijkheid blijven om zich al dan niet individueel te verzekeren
  • Aangaande de premie- en de uitkeringshoogte wordt opgemerkt, dat er voor zzp’ers ook in dat opzicht de nodige flexibiliteit moet worden betracht. Daarbij is een inkomensafhankelijke premie en uitkering voor zzp’ers misschien wel wenselijk, maar in de praktijk lastig uitvoerbaar vanwege het wisselend inkomen. De optie van een vaste lage premie en een uitkering op basisniveau is bespreekbaar, indien men zelf in een cafetariamodel aanvullende keuzes kan maken met betrekking tot hoogte en duur van de uitkering en de daaraan verbonden premiehoogte.

Aanvullende opmerkingen

Uit de 1175 aanvullende opmerkingen is het volgende beeld ontstaan:

  • Deelname aan een Broodfonds wordt vele malen genoemd als alternatief. Men heeft dan zelf zeggenschap en er is vrijwillige deelname. Het belangrijkste element daarin is vertrouwen. Dat vertrouwen is er in veel mindere mate als het gaat om de financiële producten van verzekeraars, maar ook in de richting van overheidsregelingen met verplichte deelname.
  • Een vangnet voor alle werkenden bij arbeidsongeschiktheid wordt door velen gezien als een noodzakelijk optie. De vorming van een groot collectief heeft draagvlak, maar men stelt daar wel eisen aan. Het moet eenvoudig en duidelijk zijn, zonder kleine lettertjes. Men pleit voor een basisregeling met minimale dekking en verder eigen verantwoordelijkheid in een cafetariamodel met flexibele keuzemogelijkheden en volledige acceptatie.
  • Voor de uitvoering heeft men weinig vertrouwen in de markt. Er is veel kritiek op de huidige individuele verzekeringsproducten. Dat gaat van premiehoogte tot kleine lettertjes, waarbij men soms moet procederen voor de toekenning van een uitkering. Sommigen zien meer in uitvoering door SVB of UWV, maar anderen hebben ook daarin weinig vertrouwen. Men wil mogelijkheden voor bezwaar en beroep, second opinion en medezeggenschap ten aanzien van beleid. Daaruit ontstaat al snel het beeld van een betrouwbare onderlinge collectiviteit met een betaalbare premie en een basale uitkering.
  • De leeftijdsgrens, zoals nu gehanteerd (meestal tot 55) dient te verdwijnen, juist omdat het overheidsbeleid gericht is op langer doorwerken. Gepensioneerden dienen te worden gedispenseerd, omdat zij geen inkomensrisico kennen. Dat geldt tevens voor mensen, die al voldoende individueel verzekerd zijn en voor zzp’ers die tevens een (deeltijd) dienstverband hebben als werknemer.

Commentaar Stichting ZZP Nederland bij de Rapportage Achterbanraadpleging

Het plan voor een Algemene Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid kan een oplossing bieden voor enkele belangrijke actuele knelpunten, maar er is wel draagvlak nodig onder de groeiende groep zelfstandige ondernemers. Stichting ZZP Nederland zal de bevindingen uit de achterbanraadpleging gebruiken om namens de achterban een advies samen te stellen, dat wordt aangeboden aan de SER en ook rechtstreeks aan de minister.

Zelfstandige ondernemers zijn voor de afdekking van het arbeidsongeschiktheidsrisico aangewezen op individuele verzekeringsproducten. Knelpunten daarbij zijn de premiehoogte, non-acceptatie, uitsluitingen, de gehanteerde leeftijdsgrens en onduidelijke polisvoorwaarden (kleine lettertjes). Een collectieve basisregeling voor alle werkenden zou deze knelpunten moeten oplossen.

De groep zzp’ers kent een zeer diverse samenstelling. Een deel van deze groep zelfstandige ondernemers kan het inkomensrisico bij arbeidsongeschiktheid heel goed zelf afdekken, hetzij door een individuele verzekering, hetzij doordat men zelf over voldoende vermogen beschikt. Ook is er een groep, die niet (geheel) afhankelijk is van het inkomen als zzp’er, waardoor het inkomensrisico bij arbeidsongeschiktheid klein tot minimaal is. Tenslotte is er een groeiende groep gepensioneerden, die beschikken over een vast inkomen, waarop zij bij arbeidsongeschiktheid kunnen terugvallen.

De diversiteit van de groep geeft duidelijk aanleiding om niet te streven naar een generieke regeling met verplichte deelname, maar na te denken over een basisregeling met voldoende flexibiliteit, die aantrekkelijk is voor alle zzp’ers. Daarbij zijn betaalbaarheid, volledige acceptatie zonder uitsluitingen en de mogelijkheid om bij te verzekeren belangrijke elementen. Zelfstandige ondernemers houden niet van opgelegde verplichtingen, maar men beseft wel, dat een basisregeling voor alle werkenden wellicht uitkomst zou kunnen bieden voor de genoemde nadelen van een individuele verzekering.

Een door velen genoemd alternatief voor zelfstandigen is deelname aan een regionaal kleinschalig Broodfonds. Stichting ZZP Nederland heeft eerder gewezen op de beperkingen daarvan, maar het verdient aandacht om de mogelijkheden tot verbetering te onderzoeken, bijvoorbeeld door herverzekering van een deel van het risico. Sterke punten van Broodfondsen zijn de kleinschaligheid, de medezeggenschap, het onderlinge vertrouwen (men kent elkaar) en het spaarelement. Een belangrijk nadeel is echter, dat ook Broodfondsen selectiecriteria toepassen, zodat de slechte risico’s buiten gehouden worden.

Wij danken onze leden voor de constructieve en betrokken wijze waarop zij hebben gereageerd op deze achterbanraadpleging. In de komende periode zullen wij op basis van deze bevindingen een uitgebreid advies opstellen aangaande het CDA-plan voor een Algemene Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid.

Maarten Post,

Voorzitter stichting ZZP Nederland

Download

  1.  
    Download (72 kB)

    PDF Bestand

Deel deze pagina: