De Tweede Kamer lijkt brede steun te geven aan de invoering van het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Met deze wet wil het kabinet schijnzelfstandigheid aanpakken en werkenden met lage tarieven beter beschermen.
Volgende week wordt er gestemd over het rechtsvermoeden. De beoogde ingangsdatum van de wet ligt op 1 januari 2027.
Wat houdt het rechtsvermoeden in?
Het wetsvoorstel introduceert een rechtsvermoeden van werknemerschap voor zelfstandigen met een laag uurtarief. Ligt het tarief onder de grens van ongeveer 38 euro per uur, dan kan een werkende bij de rechter stellen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De zzp’er zou hiervoor ook een derde in kunnen schakelen.
De bewijslast verschuift bij een gang naar de rechter naar de opdrachtgever. Die moet aantonen dat er toch sprake is van zelfstandig ondernemerschap.
Het rechtsvermoeden is geen verplichting. Alleen de werkende zelf kan hier een beroep op doen. Overheidsinstanties zoals de Belastingdienst of het UWV kunnen dit instrument niet gebruiken.
Geen minimumtarief, wel extra bescherming
De wet introduceert geen minimumtarief en verbiedt ook niet om onder de grens te werken. Het is vooral bedoeld als extra juridische bescherming voor werkenden met een laag tarief. Het instrument werkt civielrechtelijk. Dat betekent dat het vooral speelt bij conflicten tussen werkende en opdrachtgever, bijvoorbeeld via de rechter.
Onderdeel van bredere zzp-wetgeving
Het rechtsvermoeden was oorspronkelijk onderdeel van de wet VBAR. Deze wet is inmiddels gesplitst. Alleen het onderdeel over het rechtsvermoeden wordt versneld ingevoerd. Andere onderdelen worden vervangen door de nieuwe Zelfstandigenwet. Daarmee wil het kabinet uiteindelijk meer duidelijkheid geven over wanneer iemand werkt als zzp’er en wanneer als werknemer.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De verwachting is dat de Wet Rechtsvermoeden invloed heeft op hoe opdrachtgevers en zzp’ers afspraken maken, vooral bij lagere tarieven. Opdrachtgevers moeten vooraf beter beoordelen of een opdracht geschikt is voor een zzp’er. Tegelijk krijgt een werkende met een laag tarief een sterkere positie om de arbeidsrelatie te laten toetsen.
Reactie ZZP Nederland
ZZP Nederland ziet het rechtsvermoeden als een gericht middel om misstanden aan de onderkant van de arbeidsmarkt aan te pakken. Werkenden met een laag tarief krijgen hiermee een sterkere positie om hun arbeidsrelatie te laten toetsen.
Tegelijk is het belangrijk dat dit instrument niet wordt gezien als algemene maatregel voor alle zzp’ers. Het rechtsvermoeden is bedoeld als bescherming, niet als beperking van ondernemerschap.
ZZP Nederland pleit er daarom voor om dit soort maatregelen te combineren met duidelijke en werkbare regels voor zelfstandigen. Alleen zo ontstaat er echte duidelijkheid voor jou als ondernemer én voor opdrachtgevers. “De aankomende Zelfstandigenwet zou meer duidelijkheid kunnen geven. Wij blijven daarom kritisch op de exacte invulling daarvan en geven de minister graag gevraagd en ongevraagd ons advies hierover”, aldus Frank Alfrink, voorzitter van Vereniging ZZP Nederland.
Log in bij ZZP Nederland om reacties te kunnen plaatsen.
Inloggen