Nieuws

Tweede Kamer bespreekt Wet VBAR: beperkte steun én veel vragen

Tweede Kamer debat

De Tweede Kamer is begonnen met de behandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR). Uit de eerste reacties blijkt dat er brede steun is voor het onderdeel over het rechtsvermoeden van werknemerschap, maar ook veel twijfel over de rest van de wet.

Politieke context

De VBAR is in voorbereiding sinds kabinet-Rutte IV, onder toenmalig minister Van Gennip (CDA). Het kabinet-Schoof I heeft het wetsvoorstel overgenomen. Minister Paul (VVD) is de huidige minister van SZW en werkt de wet nu verder uit, terwijl haar eigen partij samen met D66, CDA en SGP aan een alternatieve wet werkt: de Zelfstandigenwet. Coalitiegenoot BBB laat in haar verkiezingsprogramma weten tegen beide voorstellen te zijn.

Brede steun voor rechtsvermoeden bij laag tarief

Partijen als GroenLinks-PvdA, D66, NSC, BBB, CDA, SGP, SP en ChristenUnie steunen het idee dat werkenden met een laag tarief meer bescherming moeten krijgen.
Met de VBAR kan iemand die minder dan ongeveer € 36 per uur verdient, via de rechter makkelijker aanspraak maken op rechten die horen bij een werknemer. De bewijslast ligt dan bij de opdrachtgever: die moet aantonen dat er wél sprake is van zelfstandigheid.

Tegelijk stellen Kamerleden veel vragen. Waarom is gekozen voor precies € 36 per uur? En waarom niet voor een inkomensgrens? Komt er een jaarlijkse aanpassing aan het minimumloon? En durven zelfstandigen wel naar de rechter te stappen? Sommige partijen, zoals GroenLinks-PvdA, vinden dat ook de Belastingdienst of Arbeidsinspectie dit rechtsvermoeden moeten kunnen toepassen, zodat handhaving niet alleen via de rechter loopt. Die drempel wordt als te groot gezien voor de meeste werkenden.

Twijfels over de juridische criteria

Het tweede deel van de wet – het vastleggen van bestaande rechtspraak over de grens tussen werknemer en zzp’er – roept veel vragen op.
Partijen als CDA, D66, NSC en SGP vragen zich af of dit wel meer duidelijkheid biedt. De voorgestelde criteria zijn niet gewogen en de rechtspraak blijft zich ontwikkelen. Daardoor kan de wet juist nieuwe onduidelijkheid veroorzaken, in plaats van de gewenste helderheid.

Daarnaast merken verschillende fracties op dat opdrachtgevers vaak niet kunnen zien of een zzp’er écht zelfstandig werkt, bijvoorbeeld omdat zaken als investeringen of meerdere opdrachtgevers buiten hun zicht plaatsvinden.

Grote zorgen in de zorg

Vooral in de zorgsector zijn er veel zorgen. D66, CDA en SGP waarschuwen dat de VBAR kan botsen met de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz). Die laat juist ruimte voor zzp’ers.
Als zorginstellingen straks minder zelfstandigen mogen inzetten, kan dat leiden tot extra personeelstekorten en minder continuïteit van zorg. Kamerleden vragen daarom hoe de minister omgaat met de aangenomen motie-Flach, die oproept om de flexibele schil in de zorg te behouden.

Gebrek aan cijfers en uitvoerbaarheid

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) vindt dat nut en noodzaak van de VBAR onvoldoende zijn onderbouwd, onder andere omdat er geen duidelijke cijfers zijn over het aantal schijnzelfstandigen. Ook de Belastingdienst uit zorgen. In de uitvoeringstoets waarschuwt de dienst voor een herhaling van de problemen rond de Wet DBA. Meerdere partijen vragen waarom er geen praktijkproef is gedaan voordat het wetsvoorstel naar de Kamer ging.

Vervolg

De volgende stap is de reactie van het demissionaire kabinet op de gestelde vragen. Daarna kan nog een tweede schriftelijke ronde volgen voordat de Kamer het wetsvoorstel mondeling bespreekt.
De planning is dat de Wet VBAR op 1 juli 2026 ingaat, maar of die datum haalbaar is, hangt sterk af van de politieke steun na de verkiezingen.

Commentaar ZZP Nederland bij monde van VZN

De Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN), waar Vereniging ZZP Nederland bestuurslid is, roept de Tweede Kamer op om alleen het onderdeel rechtsvermoeden uit de Wet VBAR in te voeren en te stoppen met het deel over de verduidelijking van de arbeidsrelatie. De voorgestelde verduidelijking doet namelijk het tegenovergestelde van wat ermee beoogd wordt: de verduidelijking zorgt voor meer verwarring en onzekerheid bij zelfstandigen én opdrachtgevers. Oorzaak is onder andere de aangehaalde jurisprudentie. Die is slechts ontwikkeld op een klein deel van de zelfstandigen (met name platformwerkers) en geeft daardoor geen duidelijk en volledig beeld. Het rechtsvermoeden daarentegen is volgens VZN wél een nuttige stap: het helpt kwetsbare werkenden beter te beschermen en voorkomt schijnzelfstandigheid. 

In een advies heeft de Raad van State erop gewezen dat de onderliggende wetgeving toe is aan een bredere herziening die past bij de arbeidsmarkt van de toekomst. Dat advies ondersteunt VZN. We zijn van mening dat een gesprek hierover zorgvuldig en los van dit wetsvoorstel moet worden gevoerd. De kwalificatie van arbeidsrelaties vraagt om een doordachte en toekomstgerichte aanpak, niet om een tussentijdse verduidelijking die geen verduidelijking is, en die bestaande problemen vergroot. VZN pleit er dus voor om het bredere gesprek over de kwalificatie van arbeidsrelaties los van dit wetsvoorstel te voeren, samen met alle betrokken partijen, zodat er duidelijke en toekomstbestendige regels komen voor een moderne arbeidsmarkt en echt ondernemerschap.

Bron
VZN/Zipconomy
Favicon ZZP Nederland
Geplaatst op 14 oktober 2025 door Redactie ZZP Nederland

De redactie van ZZP Nederland houdt dagelijks het nieuws voor zelfstandig ondernemers bij, checkt de feiten en filtert belangrijk en relevant nieuws en verwerkt dit tot nieuwsartikelen. Heb jij een tip voor de redactie? Stuur deze naar info@zzp-nederland.nl