De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel voor het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Daarmee komt de invoering van deze wet een stap dichterbij. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
Met deze regeling kunnen zelfstandigen met een laag uurtarief – naar verwachting rond de € 39 per uur – bij de rechter stellen dat er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval moet de opdrachtgever aantonen dat er wél sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Lukt dat niet, dan kan de werkende aanspraak maken op rechten die horen bij loondienst, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.
Geen minimumtarief, wel extra bescherming
Belangrijk om te benadrukken is dat deze wet geen minimumtarief invoert. Werken onder deze tariefgrens blijft dus gewoon mogelijk. Het rechtsvermoeden is een civielrechtelijk instrument en werkt alleen als de werkende zelf – of bijvoorbeeld een vakbond namens hem of haar – daar een beroep op doet. Instanties zoals de Belastingdienst, het UWV of de Arbeidsinspectie kunnen dit niet gebruiken.
De bedoeling van de wet is vooral om kwetsbare werkenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid en opdrachtgevers vooraf kritischer te laten kijken naar de arbeidsrelatie.
Tariefgrens gekoppeld aan cao-lonen
Een belangrijke wijziging in het wetsvoorstel is dat de tariefgrens niet meer wordt geïndexeerd op basis van het minimumloon, maar op basis van de cao-lonen. Daarmee wordt voorkomen dat politieke keuzes rondom het minimumloon direct invloed hebben op deze grens.
Dit onderdeel kreeg brede steun in de Kamer en wordt gezien als een meer realistische manier om de grens actueel te houden.
Onderdeel van bredere zzp-wetgeving
Het rechtsvermoeden was oorspronkelijk onderdeel van de wet VBAR, maar dat traject is inmiddels opgesplitst. Het verduidelijkingsdeel de VBA (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties) wordt niet meer gebruikt. Alleen het onderdeel Rechtsvermoeden wordt nu versneld behandeld. De verdere verduidelijking van wanneer iemand werkt als zelfstandige en wanneer als werknemer, moet later terugkomen in de nieuwe Zelfstandigenwet.
Voor veel zzp’ers en opdrachtgevers blijft juist daar de grootste behoefte liggen: rust, duidelijkheid en werkbare regels.
Reactie ZZP Nederland
Frank Alfrink, voorzitter Vereniging ZZP Nederland: “Wij zijn blij dat de tariefgrens van het Rechtsvermoeden niet wordt geïndexeerd op basis van het minimumloon, maar op basis van de cao-lonen. Hierdoor voorkom je dat de tariefgrens van het Rechtsvermoeden speelbal kan worden in politieke discussies over het minimumloon. Nu wordt het gekoppeld aan marktindexaties via cao-lonen. Dat maakt het reëler.”
Log in bij ZZP Nederland om reacties te kunnen plaatsen.
Inloggen