Het kabinet wil snel meer duidelijkheid geven over de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt. Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen heeft aangekondigd dat het VBA-deel van de eerdere plannen voor nieuwe zzp-wetgeving wordt geschrapt. Tegelijk wil het kabinet een belangrijke maatregel juist versneld invoeren: het rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage tarieven.
Met deze stap wil het kabinet volgens de minister meer rust brengen in de markt en tegelijk schijnzelfstandigheid beter aanpakken.
Rechtsvermoeden bij tarief onder € 38
Een belangrijk onderdeel van de plannen is het zogenoemde rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit geldt voor werkenden met een tarief onder ongeveer € 38 per uur. Verdient een zelfstandige minder dan dit bedrag en ontstaat er discussie over de arbeidsrelatie, dan kan die persoon naar de rechter stappen en een dienstbetrekking opeisen. In dat geval moet de opdrachtgever aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap.
Lukt dat niet, dan is er sprake van een arbeidsovereenkomst. De werkende heeft dan recht op de bescherming die horen bij een werknemer, zoals ontslagbescherming of loondoorbetaling bij ziekte. Het rechtsvermoeden betekent overigens geen minimumtarief voor zzp’ers. Zelfstandigen mogen nog steeds onder dit bedrag werken. De regeling maakt het alleen eenvoudiger om een arbeidsrelatie juridisch te laten toetsen.
Deel van eerdere zzp-wet verdwijnt
Naast deze maatregel gaat het kabinet het belangrijke onderdeel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties uit het eerdere wetsvoorstel VBAR schrappen. Dit voorstel moest duidelijker maken wanneer iemand als werknemer of als zelfstandige werkt.
Volgens het kabinet zorgde dit onderdeel juist voor onzekerheid bij opdrachtgevers en zelfstandigen. Sommige organisaties zouden daardoor terughoudend zijn geworden met het inhuren van zzp’ers. Door dat deel te schrappen wil het kabinet voorkomen dat opdrachten voor zelfstandigen verdwijnen.
Nieuwe Zelfstandigenwet in voorbereiding
In plaats van het geschrapte onderdeel werkt het kabinet aan de nieuwe Zelfstandigenwet. Deze wet moet uiteindelijk duidelijker vastleggen wanneer iemand als zelfstandig ondernemer werkt en wanneer er sprake is van een dienstverband.
Het doel is om meer rechtszekerheid te creëren voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers. De invoering van het rechtsvermoeden bij lage tarieven wordt gezien als een eerste stap in dit bredere traject. De komende periode wordt duidelijk hoe het wetsvoorstel verder wordt uitgewerkt en wanneer het parlement zich hierover gaat buigen.
Commentaar ZZP Nederland
‘Het is goed om te zien dat het huidige kabinet voortvarend aan de slag gaat met nieuwe wetgeving voor zzp’ers.’ Aldus Frank Alfrink, voorzitter van Vereniging ZZP Nederland. ‘Dat het rechtsvermoeden wordt losgeknipt en de rest van de wet VBAR vervalt zien wij als een stap in de juiste richting. Wij roepen al sinds het begin dat het wetsvoorstel VBAR bekend werd gemaakt, dat deze onwerkbaar was. Het rechtsvermoeden daarentegen is volgens ons wél een nuttige stap: het helpt kwetsbare werkenden beter te beschermen en voorkomt schijnzelfstandigheid.’
Dat is allemaal mooi en aardig, om het zo even te noemen, maar wat NU de vraag is hoe er wordt omgegaan met de BESTAANDE wet- en regelgeving. De onzekerheid die opdrachtgevers voelen/ervaren en toepassen lijkt er voorlopig niet minder op te worden? Het kan aan mij liggen maar ik zie dus niet de omgang van de belastingdienst mbt de HUIDIGE stand van zaken.
Log in bij ZZP Nederland om reacties te kunnen plaatsen.
Inloggen